Skip to main content
29 januari 2026

‘Deze tijd heeft een biddende kerk nodig’

Esther Cozijnsen is de tweede spreker op de Pinksterconferentie dit jaar. Ze heeft een hart voor gebed en zal spreken over Mattheüs 21 waar Jezus het heeft over een huis van gebed. “Ik wil de kerk aanzetten om te functioneren als huis van gebed, gekenmerkt door een cultuur van gebed.”

Esther Cozijnsen (38) is geen onbekende bij Opwekking. Zo was ze in de voorgaande jaren werkzaam als coördinator van het Gebedsplein en is ze verantwoordelijke voor de verdere uitbreiding van de gebedsministry. “Ik ben heel dankbaar dat ik mag gaan bouwen aan een grotere rol voor gebed en aanbidding op de Pinksterconferentie, voor alle generaties.”

Over de gebedsministry zullen we in komende nummers van het magazine verder spreken. Waarom is gebed zo’n belangrijk onderwerp voor jou?
“Het belang van gebed ligt eigenlijk wel van jongs af aan op mijn leven. Als klein meisje zei ik trouw mijn gebedje voor het slapengaan en het was toen al voor mij een zekerheid dat ik contact had met God. Ik voelde me altijd gehoord en gezien door Hem. Ik ging toen nog met mijn ouders naar een traditionele kerk, maar toen ik tiener was maakten mijn ouders een grote geloofsstap en werden we lid van een charismatische gemeente. Ik maakte kennis met andere vormen van gebed. Er werd in tongen en met handoplegging gebeden. Er was gebed voor vervulling met de Heilige Geest.
Ik ben toen boeken van Derek Prince gaan lezen en dat hielp mij om mijn geloofs- en gebedsleven te verruimen. Ik zat in een tienergroep die werd geleid door Bianca Boender, die ook heel actief was op het tienerterrein van Opwekking en ons daar mee naartoe nam. Ze vroeg mij op een gegeven moment om te helpen bij de voorbede en met luisterend bidden. Dat vond ik heel spannend; daar stond ik tussen de tienerleiding hardop te bidden. Op een dag kwam een van hen na afloop naar mij toe en zei: ‘Als jij bidt dan raakt me dat echt, bedankt dat je er bij bent.’ Dat gaf mij zelfvertrouwen en leerde mij dat mijn gebed iets kon bijdragen.”

Hoe ben je daarmee verdergegaan in je volwassen leven?
“Ik ben een internship gaan doen bij een gebedsministry in Amerika. Ik werd daar zo geraakt door de kracht van gebed. Hoe vreugdevol het kan zijn om uren achter elkaar te bidden en Bijbel te lezen. En ik dacht: wat hier gebeurt mag ook in Europa ontstaan. Plekken van dag en nacht gebed, plekken van voorbede. Eenmaal terug in Nederland ben ik tien jaar lang vrijwilliger geweest bij een gebedshuis van Jeugd met een Opdracht in Amsterdam. Ik ben een bidder maar ook iemand die graag dingen organiseert, dus in die jaren hebben we conferenties en Bijbelscholen opgebouwd. Vanuit heel Europa kwamen mensen trainingen volgen over gebed en aanbidding.
Toen we een aantal jaar geleden verhuisden van Amsterdam naar het midden van het land dacht ik dat ik het gebedsgebeuren achter mij liet en dat ik mij als moeder van drie jonge kinderen op andere dingen moest gaan richten. Wel sprak ik af en toe in onze gemeente.”

Welke plaats heeft gebed in jouw dagelijks leven?
“Dat verschilt per fase van mijn leven. Toen ik nog bij het huis van gebed in Amerika was, was ik regelmatig acht uur lang aan het bidden en aanbidden. Later, toen ik jonge kinderen had, was ik al blij als ik een kwartiertje per dag kon reserveren voor gebed. Inmiddels gaan ze alle drie naar school en heb ik vanaf half negen het rijk alleen in huis. Dan daalt de rust neer. Bidden vraagt voor mij wel een moment van rust en verstillen. Ook maak ik gebedswandelingen door het bos, of door mijn stad. Ik vind het heerlijk om te lopen en hardop te bidden. Soms is het aanbidden, soms is het een Bijbeltekst uitbidden en soms is het mijn hart uitstorten met alles wat er speelt in mijn leven.”

Hoe ben je bij de gebedsministry van Opwekking terechtgekomen?
“Omdat God tegen mij begon te spreken. Ik kreeg heel sterk op mijn hart om Ruben Flach, de toenmalige directeur van Opwekking, te vragen of ik iets kon doen voor het gebedswerk. In de jaren dat ik nog voor Jeugd met een Opdracht werkte had Ruben ons een keer gevraagd of wij konden helpen bij het gebed, maar we hebben toen nee moeten zeggen. Dat bracht God mij op dat moment constant in gedachten. Ik kreeg het gevoel dat het nu tijd was om ja te zeggen op die vraag die Ruben jaren daarvoor gesteld had.”

Nu ben je gevraagd om te spreken op de Pinksterconferentie.
“Ja dat is ook op een bijzondere manier gegaan. In september 2024 vroeg iemand mij: ‘Als je heel eerlijk kijkt naar dat waar God je toe roept en wat je op je hart hebt, welk beeld komt er dan in jouw hoofd?’ En toen heb ik onder tranen verteld dat ik mijzelf op het podium van Opwekking zag om een oproep te doen aan de kerk om een biddende kerk te zijn. Precies een jaar later vroeg Lourens mij als spreker. Mijn mond viel open van verbazing: ik had het gezien als een symbolisch beeld van een roeping waar ik voor sta. Om dan een jaar later gevraagd te worden om letterlijk op dit podium te staan is een grote eer. Het bevestigde voor mij dat God iets wil doen als het gaat om gebed in de kerk. En ik proef dat Hij daar haast mee heeft.”

Waar wil je over spreken op de Pinksterconferentie?
“Ik ben daar nog over aan het nadenken en bidden. Maar ik denk dat mijn hoofdboodschap zal gaan over een tekst uit Mattheüs 21 waarin Jezus zegt: mijn huis zal heten een huis van gebed. Het is prachtig om met elkaar te bidden. Te weten dat Jezus naar ons luistert, dat Hij zich laat verbidden en dat Hij terug wil komen voor een kerk die daarom vraagt. Zo wil ik alle aanwezigen individueel liefdevol uitnodigen om onze plaats als biddende kerk in te nemen in onze maatschappij en in de wereld.”

Esther Cozijnsen is getrouwd met Maarten en samen hebben ze drie kinderen.

Interview: Carina Bergman